Laatst liep ik door het Heempark. Zoals vaker.
Een oude boom liet mij iets zien wat ik zelf even vergeten was.
De zon stond laag. De avond maakte zich klaar om plaats te maken voor de nacht.
Alleen het ritme van mijn voetstappen verbrak de stilte.
Even verderop stond een oude boom.
Al langer dan ik leef. Misschien zelfs langer dan mijn ouders.
Hij stond daar.
Stevig. Rustig.
Alsof hij alle tijd van de wereld had.
Ik bleef even staan.
En ineens besefte ik me:
Die boom hoeft nergens naartoe.
Hij wil niet groter zijn dan de bomen om hem heen.
Hij vergelijkt zich niet.
Hij heeft geen haast.
En toen dacht ik aan ons.
Hoe vaak leven wij alsof alles vandaag af moet?
Nog één afspraak.
Nog één deadline.
Nog één duolingo.
Nog één stap.
Alsof het leven pas begint wanneer alles eindelijk op orde is.
Maar wat als we ons vergissen?
De boom wordt niet groot doordat hij haast heeft.
Hij werd groot doordat hij jarenlang aandacht gaf aan wat niemand zag.
Zijn wortels.
Misschien geldt dat ook voor ons.
De buitenwereld ziet onze agenda.
Onze prestaties. Onze functie. Onze successen.
Maar de kwaliteit van ons leven wordt bepaald door iets heel anders:
Door de rust die we van binnen ervaren.
Door de verbinding met onszelf.
Door de moed om af en toe stil te staan.
Misschien is dát wel de reis.
Niet steeds verder naar buiten, maar steeds weer een beetje naar binnen.
Daar waar je wortels liggen.