Laatst begon het halverwege mijn wandeling te regenen.
Eerst een paar druppels.
Daarna steeds meer.
Ik trok mijn jas wat dichter en liep door.
Vroeger had ik me waarschijnlijk omgedraaid.
Terug naar binnen.
Naar warm en droog.
Wachtend tot het slechte weer voorbij was.
Maar regen hoort erbij.
Net zoals moeilijke dagen bij het leven horen.
Dagen waarop het tegenzit.
Waarop je minder energie hebt.
Of even niet weet hoe je verder moet.
We noemen zulke dagen vaak slecht.
Alsof ze er niet zouden mogen zijn.
Alsof het leven pas verder kan wanneer de zon weer schijnt.
Maar de natuur denkt niet in goed of fout.
Voor een boom is regen geen probleem.
Voor de bodem al helemaal niet.
De aarde neemt het water op.
Wortels groeien dieper.
En ergens, onzichtbaar onder de grond, wordt iets gevoed.
Misschien hoeven moeilijke periodes niet altijd zo snel opgelost te worden.
Misschien mogen we er soms gewoon doorheen lopen.
Voelen wat er is.
Zonder meteen te verlangen naar een andere dag.
Want misschien voeden juist deze periodes iets wat later pas zichtbaar wordt.
Zoals regen de wortels voedt.
Lang voordat er iets nieuws boven de grond verschijnt.