Ik bleef even staan bij een beek.
Het water stroomde. Zoals altijd.
Zonder haast.
Zonder zich af te vragen waar het precies zou uitkomen.
Water probeert niet sneller beneden te komen.
Het zoekt eenvoudig zijn weg.
Soms rechtdoor.
Soms met een bocht.
Soms rustig kabbelend.
Soms langs een steen die midden in de stroming ligt.
Het water probeert die steen niet weg te duwen.
Het vecht niet tegen wat het tegenkomt.
Het beweegt eromheen en stroomt verder.
Altijd in beweging.
Hoe anders gaan wij vaak met weerstand om.
We vechten.
We duwen.
We houden vast.
We willen controle over de richting en de uitkomst.
Alsof elke hindernis uit de weg moet voordat we verder kunnen.
Terwijl de beek iets anders laat zien.
Je hoeft niet overal dwars doorheen.
Een andere route betekent niet dat je jouw bestemming niet bereikt.
En meebewegen is niet hetzelfde als opgeven.
Niet alles hoeft bevochten te worden.
Sommige dingen vragen om geduld.
Andere om een nieuwe richting.
En sommige dingen vragen alleen om meebewegen.